Blog

27 augustus 2018

Lokale autonomie en standaardisatie van IT

Lokale autonomie kent in Nederland een langere traditie dan het centrale gezag. Het is dan ook niet verwonderlijk dat van bovenaf opgelegde maatregelen regelmatig op weerstand stuiten bij lokale overheden. Aan de andere kant betekent dit niet dat overheden, die vaak met vergelijkbare uitdagingen kampen, alles maar op eigen houtje moeten uitzoeken. Zo is al vele malen in verschillende contexten geconcludeerd dat overheden meer voordeel kunnen behalen door strategisch samen te werken. Op het gebied van softwareontwikkeling dient zich de mogelijkheid van vrijwillige standaardisatie aan, waarbij overheden met behoud van hun autonomie kiezen voor standaardisatie.

Top-down en bottom-up

Vaak wordt standaardisatie uitgelegd als het dwingend voorschrijven van bepaalde standaarden, bijvoorbeeld technische vereisten of maateenheden zoals kilo’s en grammen. Dankzij deze gelijkschakeling sluiten producten of processen op elkaar aan en worden zij eventueel uitwisselbaar, met onder meer schaalvoordelen als gevolg. Deze uitleg gaat uit van een top-down beweging. In bepaalde gevallen is deze benadering ook aangewezen en is het noodzakelijk om één partij de bevoegdheid te geven om standaarden aan te wijzen of verplicht te stellen binnen een bepaald (samenwerkings)verband.

Wanneer men echter kijkt naar het gebruik van standaarden, dan ziet men vaak juist een bottom-up beweging. Wanneer bijvoorbeeld een grote groep ontwikkelaars de voorkeur geeft aan een bepaalde manier van werken, kan deze werkwijze algemeen toegepast worden zonder dat dit door een instantie is opgelegd. Zo wordt JSON, een gegevensformaat dat vooral geschikt is voor de uitwisseling van data tussen server en webapplicatie, tegenwoordig meer gebruikt dan XML, een vergelijkbaar gegevensformaat dat is ontworpen door het gezaghebbende World Wide Web Consortium. Dit komt vooral doordat JSON gebruiksvriendelijker is voor ontwikkelaars. In dit soort gevallen is het - ook met het oog op innovatie - gunstig wanneer meerdere werkwijzen en standaarden voor soortgelijke doeleinden naast elkaar bestaan, aangezien de beste variant dan kan komen bovendrijven.

Vrijwillige standaardisatie

Vrijwillige standaardisatie kan worden gezien als een tussenweg met enorme potentie, vooral op het gebied van softwareontwikkeling. Veel software kan namelijk zo worden ontworpen dat overheden vrijblijvend kunnen besluiten om de software (gedeeltelijk) te gebruiken en dat zij relatief eenvoudig naar een alternatief kunnen overstappen. In de praktijk wordt er al op deze manier software ontworpen, bijvoorbeeld door de VNG (met Samen Organiseren en Common Ground) en diverse buitenlandse overheden. [1]

Zo werkt Common Ground momenteel aan de doorontwikkeling van het prototype van NLX. Deze software, die mede geïnspireerd is op de Estse X-Road, biedt organisaties de mogelijkheid om eenvoudig data uit te wisselen via een gemeenschappelijke servicelaag. NLX ondersteunt verschillende standaarden en nieuwe standaarden kunnen eenvoudig worden geïntegreerd. Hierdoor behouden deelnemende organisaties de vrijheid om de standaarden van hun voorkeur te gebruiken.

Conclusie

Nieuwe samenwerkingsverbanden zoals Samen Organiseren kunnen in potentie leiden tot het uitbrengen van software die allerlei overheidsorganisaties naar eigen inzicht kunnen hergebruiken. Dit zou lokale overheden in staat stellen om te profiteren van de voordelen van gelijkschakeling, terwijl ze hun autonomie behouden. Deze ontwikkeling zou een verrijking betekenen voor zowel het IT-landschap van de overheid als de autonomie van lokale overheden.

[1] Zo heeft het Verenigd Koninkrijk het centrale platform GOV.UK Platform as a Service (PaaS) voor overheidsdiensten ontwikkeld, zie hier voor meer informatie. De Verenigde Staten hebben onder andere cloud.gov, een generieke cloudvoorziening voor de overheid, ontwikkeld.